Zaterdagavond, vijf vrouwen richting Amsterdam, gekleed in zwart, paars en zilver. Hooggehakt (al vallen we er dood bij neer), beetje sexy gekleed (het oog wil ook wat,al is het maar ons spiegelbeeld) en pinpassen, kleingeld, sigaretten, lipsticks en oogpotloden, papieren zakdoekjes, agenda’s, spiegeltjes, sleutelbossen, tampons, maandverband, pleisters, reserve-kousen en nagelvijlen worden over de (veels te kleine) handtasjes verdeeld. Nee, we gaan niet kamperen maar (iets) wijzer geworden van de laatste keer stappen denken we voorbereid te zijn op een woeste nacht.
Er is nèt een nieuwe club geopend en dat moet even onderzocht worden, dus weten we de beveiliging in te palmen en de immense rij in te korten (in de billen geknepen worden en brutaal doch liefdevol in het kruis getast vinden de meesten mannen heerlijk!)
Binnengekomen vergapen wij ons eerst aan de inrichting, vervolgens slaan we meer dan één welkomstcocktail naar binnen en hebben we de eerste hunks al gescand. Het ’stelletjesgehalte’ lijkt vrij hoog hier vanavond, dus krijgen we regelmatig een jaloerse blik onze kant op. Uiteraard trekken wij daar ons niets van aan: wij zijn vanavond lekker uit en genieten mag tenslotte. We verspreiden ons en beloven onze BOB van de avond weer bijtijds in te seinen ingeval van een vechtpartij of misère vanwege te snel ingenomen drank. Ik sluip met de zwarte aan mijn hand door de vleesgeworden kluwen van hippe, snelle, coole mensen die om het hardst lijken te vechten om gezien te worden. Brillen op het voorhoofd, achter op het hoofd, strakke overhemden, dure jurkjes, afgrijselijk moderne schoenen, designer-tattoo’s, Aquafresh-glimlachjes, teveel dure geurtjes en openingszinnen waar zelfs een drooggevallen non nog niet nat van zou worden. “Heej schatje, heb ik jou hier vaker gezien?” (dat leek ons stug, want de tent is pas een paar dagen geopend). “Drink jij hetzelfde als ik?” (nee schat, ik drink geen Viagra). “Waar heb jij al die tijd gezeten?” (zover mogelijk bij jou vandaan, maar vandaag lukte het niet meer).
De vrouwen lijken allemaal om het hardst blond, slank, jong, gevat, sexy, gewillig, trendy, welbespraakt en intelligent over te komen en lijken daardoor alleen maar meer op robots, onecht dus. We verzamelen bij de bar, knipogen de barjongen 5 tequilla toe en slaan deze in één teug achterover (twee verslikken zich, de rest slikt met strak gezicht alles weg) en besluiten deze club Chi te verlaten. Wat een enge, trendy tent zeg! Zo ééntje waar je toch echt gezien moet zijn om erbij te horen! Getver, wij willen hier niet eens bij horen!
Next place please?
Het volgende pand ligt op een hoek en is reusachtig. Binnenin vergapen wij ons aan de prachtige vloeren, indrukwekkende verlichting, schitterende pisbakken voor de heren (ja, wij waren ìn het herentoilet) en cocktails die we eigenlijk allemaal willen proeven. We vlijen ons neder op een grote lounchebank en al snel liggen er een paar leuke kerels rondom ons. Eentje zelfs zit aan de voeten van één van ons en al snel wordt hij als ons party-slaafje behandeld en erop uit gestuurd om wat cocktails te scoren. Een gesprek blijkt hier echter lastig te voeren vanwege de heerlijke herrie en stappen we na onze cocktail over het slaafje heen en huppelen de dansvloer op om eens lekker los te gaan.
Flinke tijd later en gelaafd door nog meer cocktails houden we het hier voor gezien en besluiten te voet (en hooggehakt) verder te gaan, eens kijken waar er nog meer pret te beleven valt. Een shoarmatent trekt onze aandacht en uiteraard stappen we naar binnen. Alle ogen zijn nu gericht op ons en wanneer onze lange blonde haar blik over eigen lijf laat gaan, blijkt waarom: de knoopjes van haar bloesje staan gevaarlijk open en ze lacht brutaal terug. DÃ t had ze beter niet meteen kunnen doen want nu krijgen we een groepje kerels achter ons aan die denken dat we voor hen zijn. Sukkels!
We besluiten richting Wallen te lopen om ze zo kwijt te raken en dat lukt. Alleen maar voor een tijdje, want anderen nemen hun plek al snel in. We botsen tegen een groepje kerels aan die eruit zien als pooiers en dat volgens ons ook blijken te zijn. Ze proberen ons te paaien, vragen voor wie wij werken (pardon?) en of we geen zin hebben met hen mee te gaan. Stoer steken wij onze middelvinger op en vervolgens rennen we zo snel als wij kunnen als blijkt dat ze hier geen prijs op stellen. Wanneer we een steegje inschieten en even op adem komen, blijkt de zwarte verdwenen te zijn. Kut!!! Snel kijken we de hoek om of we haar kunnen zien en ja hoor, daar staat mevrouw! Dat ze verdikkeme niet even roept wanneer ze een lekkere, blonde, brede, goedgekleedde, lange, aantrekkelijke, charismatische, vingersaflikkende, lustopwekkende kerel ziet, dan kunnen wij tenminste ook even meegenieten! Alhoewel, ikzelf zou hem eigenlijk ook niet willen delen maar wij stellen ons uiteraard ook even voor en vragen brutaalweg gewoon om zijn telefoonnummer. De zwarte begint te klagen dat zìj daar nog niet eens aan toegekomen was en of wij niet even willen ophoepelen? Maar de lange blonde toetst zijn mobiel nummer al in, voegt daaraan toe dat hij Kurt heet (kwijl kwijl kwijl) en dat hij gebeld wordt. De zwarte sleuren we weer mee, want als ze niet wil delen dan moet ze hem maar laten staan.
Na nog wat gekibbel onderweg (’ik zag hem het eerst!’ ‘liefje, ìk heb zijn telefoonnummer’) schieten we een lugubere kroeg in en zitten in een scène die zo uit Baantjer lijkt te zijn geplukt: louche kerels aan het bier en jenever, amsterdamse volksmuziek keihard aan en een dikke barman met reusachtige snor die ons meteen aan het bier zet. De kleine blonde ziet dat er achterin de zaak een groepje rondom een tafel zit, sigarenrook kringelt boven ze en hun vingers blinken van het goud (of wat erop lijkt). Wanneer we dichterbij komen, nieuwsgierig als we zijn, blijkt dat ze zitten te kaarten en er wordt flink geld ingezet. Ze zijn wel gecharmeerd van ons groepje en zeggen ons een stoel bij te trekken en wat van ze te drinken. Wij gaan ze geluk brengen vanavond en lachend wijzen we keer op keer de kaarten aan die op miraculeuze wijze geluk brengen. Het geld rolt voor sommigen nu echt over tafel en na een uurtje als geluksmascotte te hebben gediend krijgen we ieder 100 euro in de handen gedrukt. ‘Omdat we zoveel mazzel hebben gebracht!’ Kijk, wìj wisten al dat we vaak geluk brengen maar dit is wel een leuke manier om dat bevestigd te krijgen.
We gaan weer aan de bar zitten en verzoeken de barman andere muziek op te zetten, wat hij meteen doet. Onze billen wiebelen al op de barkruk en hebben weinig overtuiging nodig om ze richting geimproviseerde dansvloer te begeven. De gokkers komen erbij en zo sta ikzelf gedrukt tegen een dikke kerel met prikbaard, stinkend naar de sigaren en alcohol en lodderige ogen. “Wat benn jai een leuk wijffie seg, sijn dat jouw friendinnun? Sullen we even de twist doen?” Voordat ik het weet ontpopt de dikkerd zich tot een twistkoning en word ik de dansvloer overgesleurd, in de lucht gegooid en draait de hele tent in no-time als een doedelzak voor mijn ogen. Ik weet nog dat ik hem wilde ontwijken toen hij mijn hand weer wilde pakken, vastbesloten om mij onder zich door te schuiven. Ik weet ook nog dat ik in mijn ooghoeken onze Bob zag schateren van de lach, de zwarte haar duimen zag opsteken naar mij èn de kleine blonde opjuttend in haar handen klapte. Daarna zag ik alleen de donkerbruine balken, een lamp die heen en weer slingerde boven mij en tientallen gezichten die zich over mij bogen.
De hak van mijn laarsje bleek gebroken, mijn knie voelde akelig en de dikke gokker alias twistkoning wenste ik dood. Mijzelf in een diepe put op dat moment, onzichtbaar voor alles en iedereen.
Als een boer met kiespijn (lees: als een vrouw met gebroken hak en ego) werd ik op de barkruk gehesen en overladen met bonbonnetjes die de barman ergens vandaan toverde. De lange blonde toverde een dubbele tequilla tevoorschijn en klopte op mijn rug. ‘Drink maar schatje, is goed voor je!’
Alles leuk en aardig, maar hoe ga ik verder de nacht in met een gebroken hak? Die knie zal wel overgaan, geen probleem. Maar om nou hinkend verder te stappen leek ons allemaal geen goed idee. Wederom bracht de barman uitkomst: hij had nog een paar zwarte pumps staan van een vaste klant en bleken te passen. Ik mocht ze best wel lenen en ik moest maar zien òf en wanneer ik ze terugbracht. Wat een schat!
We verdwenen mèt het verdiende geld en ik op andere pumps de nacht in en herinnerden ons een leuke kroeg van onze laatste stapnacht. Gezeten aan een tafeltje besloten we eventjes rustig aan te doen met de alcohol, want een ieder van ons werd drukker, wilder, gedurfder en losjes in de heupen. Onze Bob bestelde koffie voor ons (saaie trut) en we moesten deze opdrinken of anders.. De lange blonde zag een bekende en al snel zagen we haar in een hoekje verdwijnen met hem. Zijn handen op haar billen, haar knie tussen zijn benen en we grinnikten. Ze had het weer voor elkaar. Een paar andere mannen schoven bij ons aan en zowaar ontpopte zich een leuk gesprek, anders dan dronkemansgelal. De kleine blonde werd bij de lange blonde gewenkt en leek het ook erg naar haar zin te hebben. Totdat we opgeschrikt werden door gevloek en getier en een brunette op hen toe loopt, stampend op haar hoge hakken. “Herman, ik kan je ook geen moment alleen laten of je staat alweer te kloten met een stel sletten. Verdomme, ik zal je moeten castreren!!!”
Dit ging te ver: sletten?? De kleine blonde èn de lange blonde trekken hun lieflijke mondjes open tegen de brunette en ik zie al een paar vuisten gebald worden en een knie opgetrokken. Onze Bob springt er echter tussen (helaas) en de boel wordt gesust. Met ingehouden woede komen de lange en kleine blonde weer bij ons tafeltje zitten, maar wederom horen we een hoop gevloek: in het voorbijgaan trok de lange blonde aan de lange, bruine haren van het schreeuwende wijfje en bleek dus een sliert nephaar in haar handen te houden. Grinnik.
De laatste kroeg zou dit worden: een groot overdekt terras, lekkere muziek uit de tachtiger jaren (disco) en zo te zien leuke kerels en goede kaart. We bestellen broodjes bal met mayo, broodjes kroket met mosterd en een schaal bitterballen. Vervolgens rode wijn, bier, tequilla en de boswandeling. We hebben trek gekregen ja, vind je het gek?
De sfeer is hier heerlijk en al etend en drinkend in een hoekje van de zaak keuren wij het mannelijk volk. Ik zie er eentje die zeer bekend voorkomt en wanneer ik de meiden om opheldering vraag, blijkt het hem te zijn. De vorige keer tijdens stappen kwam ik hem ook al veelvuldig tegen. Ooit hem opgeduikeld tijdens het carnaval in Maastricht en iedere keer weer blijken we elkaar tegen het lijf te lopen. Hij lacht en stapt op ons af, geeft een heerlijke zoen en schuift bij. Van ieder bordje eet hij wel iets, uit ieder glas proeft hij wel iets en de zwarte zegt ‘als je niet wil delen, moet je hem maar laten staan!’.
De meiden liggen dubbel van het lachen en ik ben in twijfel wat te doen. Zal ik wel, zal ik niet? Wanneer zijn hand onder tafel verdwijnt en een verleidelijk spoor op mijn benen volgt fluister ik hem het een en ander in zijn oor, waarop hij grinnikend zijn hand terugtrekt. Hij schudt van nee en wuift de meiden gedag. Mij sleurt hij met zich mee naar achteren om wat beter gedag te kunnen zeggen *kuch* en hij verlaat de kroeg.
Wanneer ik aanschuif zonder hem zijn de meiden verbaasd en willen weten waarom hij vertrok. Het antwoord ben ik ze nog schuldig, ze moeten maar leren geduld te hebben.
We kijken op de klok: het is half vier en dat vraagt om een laatste dansje op z’n minst.
De dj achterin de zaak wordt bestookt met verzoekjes, ik gebaar alleen of de muziek wat harder mag en het volgende moment dreunt de kalk bijna van de muren. We gaan geweldig los, dansen met iedereen en alles en willen niet meer stoppen. Ons enthousiasme werkt schijnbaar aanstekelijk (de rokjes die omhoog kruipen ook) want in no-time is de dansvloer overvol en staan we weer schunnig te doen. We lijken figuranten in een videoclip, dansen springen zingen flirten lachen en zwaaien naar elkaar, wat een zalige tijd!
Over tijd gesproken: de zaak gaat sluiten en luidt de bel voor de laatste ronde. Ik heb drie tequilla’s voor mij staan dankzij de heren en de zwarte klokt in één keer haar glas bier naar binnen en boert luid. De lange blonde slaat een kopstoot naar binnen, de kleine blonde leegt haar boswandeling en de Bob…tsja, haar Spa rood gaat ook vlekkeloos haar keelgat in.
In de auto onderweg naar huis besluiten mijn tequilla’s eruit te willen en wel nù! De Bob remt met piepende banden langs de weg, gooit mij eruit (geen rotzooi op mijn bekleding) en de rest lacht mij uit terwijl ik mijn maag leeg (shoarma, tequilla’s, bonbons, bier en een broodje bal, yak!). Met gierende banden scheurt de Bob verder totdat de volgende zich meldt: ‘ik moet geloof ik poepen. Stoppen anders doe ik het in de auto!’ Dìe hadden we nog niet gehad onderweg, een dame in dikke nood. Vloekend scheurt de Bob naar een parkeerplaats en smijten we hà à r uit de auto en zien haar achter een boom verdwijnen. Alleen schijnen wij niet de enigen te zijn die op onmenselijke tijden een parkeerplaats bezoeken, want al snel komen er wat kerels tevoorschijn uit de bosjes. Bijna allemaal hebben ze één hand op hun kruis en loopt er nog nèt geen kwijl langs hun mond.
Vriendin gilt vanachter haar boom ‘dat we moeten komen helpen, er staat er ééntje te kijken hoe ik zit te poepen!’
We gieren het uit, maar uiteraard helpen we haar. Dit echter alleen op zeer ludieke wijze: Bob start de auto, groot licht aan en rijdt tot op een enkele meter voor de boom waarachter vriendinlief zich zit te ledigen. Met het grote licht erop (enkele struiken geheel platgereden) wil vriendinlief wel opschieten èn blijven de rukkers uit de buurt, dus binnen vijf minuten zitten we weer op de snelweg en lachen elkaar om het hardst uit.
Bob zucht ‘dit nooit meer te doen, wat een idiote vriendinnen heeft ze toch’ maar wanneer ze een ieder voor de deur afzet zoent ze innig en zegt: ‘Ik hou van jullie hoor, wanneer gaan we weer?’