Me, myself and I
Tuesday, February 26th, 2008Zal ik wel of niet op de bel drukken? Ik kijk naar mijn hand, mijn vinger en uiteindelijk mijn nagel die lichter wordt wanneer de bel wordt ingedrukt. Ik schrik passend en duw de electronisch geopende deur voorzichtig open. Een licht flikkert en op de trap moet ik voorzichtig lopen om niet ergens op te trappen. Ik ontwaar een enkele laars, maar ook slordig opgerold touw en wat visloodjes, twee verschillende handschoenen en een lege fles champagne. Boven aangekomen ontvangt ze mij hartelijk en voel ik mij bijna verlegen bij de pompeuze complimenten over mijn voorkomen en eerdere mailwisseling. Verlangende lippen worden uitgestoken en warme armen sluiten mij in, nog voordat ik mijn jas heb laten vallen. Ik voel herkenning en graaf diep in mijn geheugen.
Uitdagend kwebbelend word ik de kamer ingeleid en kijk mijn ogen uit, terwijl ik instemmend knik wanneer mij een koffie wordt aangeboden. Vanuit de keuken gaat zij door en al snel zit ik met de knieën stijf tegen elkaar aangedrukt op haar rode bank. Zijzelf zit met de benen over elkaar heen geslagen, hooggehakt en verleidelijk op de zwarte bank en dringt aan toch vooral over mijzelf te vertellen. Hortend en stotend begin ik, af en toe onderbroken door een slok koffie en een ademteug en zij knikt instemmend of lacht gierend wanneer ik vertel. Was het hier al zo warm trouwens?
Ik vraag of ik even van het toilet gebruik mag maken en probeer bij zinnen te komen door het koele water van de fontein over mijn polsen te laten lopen. Ik kijk in de kleine spiegel en spreek mijzelf toe “Toe raven, stel je niet aan. Jij wilde het toch zelf,  je onderwerpen aan haar? Je wilde zo graag weten hoe het zou voelen met haar. Hoe ze zou smaken, ruiken en voelen. Of ze echt zo leuk en spannend zou zijn als iedereen al verteld had? Je wilde toch persé weten wat haar nou zo bijzonder maakt? Niet terugkrabbelen dan! Kom op, wie A zegt zal B ook zeggen. Nu!”
Ik haal diep adem en zie bij terugkomst dat haar blik anders is en haar lippen krullen. Met haar nagels trekt zij onzichtbare sporen over haar lange benen en verklaart hiermee haar  jachtseizoen voor geopend. Althans, zo heb ik al van eerdere slachtoffers gehoord. Ik kan een rilling over mijn rug niet negeren en ze ziet mij huiveren. “Ben je bang?”
Ze wenkt mij naast zich op de grond en slaat haar arm om mij heen, terwijl haar vingers door mijn haar spelen. Ze vraagt mij mijn grenzen te benoemen of anders, wanneer ik deze niet precies kan aangeven, in te schatten. Het gekriebel in mijn haar doet veel grenzen vervagen en ik hoor mijzelf maar de helft opnoemen van wat ik in mijn hoofd had.
‘Het geeft niet, ik vertrouw haar. Neem mij maar mee op reis, ik ga met je mee’
Ik lig op de grond in het donker, een scherp krassen in mijn huid maakt dat ik kronkel en kreun. Hete lippen volgen de krassen en een warme tong doet ze verzachten en tintelen. Mijn armen liggen bewegingsloos naast mijn lijf en ik zou niet weten wat ermee te doen. Mijn hele lijf weigert enige opdracht van mijzelf, alleen haar opdrachten krijgen gehoor. Lang heb ik gewenst, nee verlangd zelfs, zo te liggen. Zo te zijn en te genieten. Haar huid raakt de mijne, haar haren verstrengeld in mijn haar. Kleine zweetdruppeltjes kringelen van haar huid af en maken plasjes op mij. Ik zou ze willen oplikken en zo een beetje van haar in mij hebben. Ze ademt onregelmatig, een wat dierlijke grom borrelt af en toe uit haar keel en haar hand volgt de welving van mijn buik.
Ik wil haar geven wat mogelijk is, zelfs wat onmogelijk is. Al mocht ik maar haar voetstap volgen, haar uitgestoten ademteug opvangen of in haar schaduw staan. Ik zou het doen en dolgelukkig zijn.
Ze is het waard om slapeloze nachten om te hebben. Ze is het waard om vreemd te gaan. Ze is het waard alle beloftes te verbreken, alle normen te laten vervagen. Alles wat er gezegd is over haar klopt. Geen minuut overdreven of teveel gezegd, ze is geweldig en ik wil haar.
Ik open mijn ogen en voel lege plekken op mijn lijf. Ik draai mij om in bed en zie ook daar een lege plek. Toch ruik ik haar geur nog en voel de warmte van haar lijf. Haar stem galmt nog in mijn oor en ik proef haar nog op mijn lippen.
Ik moet weten waar ze is en spring uit bed. Kijk in de badkamer, de hal, de andere slaapkamers en uiteindelijk de keuken en de woonkamer. Niets, helemaal niets!
Ik denk gek te worden en staar wezenloos uit het raam. Beneden op straat zie ik een vrouw lopen die op haar lijkt en ik ren naar beneden en trek de voordeur open.
De vrouw is weg en ik draai mij om teneinde weer naar binnen te gaan. Ik lees het naambordje en kijk naar mijn hand, mijn vinger en uiteindelijk mijn nagel die lichter wordt wanneer ik het naambordje aantik.
Het is mijn eigen naambordje..